Rosemin Hendriks

Contact

Art Consultancy Tanya Rumpff
Ingenieur Lelyweg 14-A
2031 CD Haarlem
+31(0)23 5359565
www.tanyarumpff.nl
mail

Witteveen Visual Arts Centre
Konijnenstraat 6A
1016 SL Amsterdam
+31 (0)20 6239684
www.witteveenvisualart.nl
mail

Galerie Plaatsmaken
Klarendalseweg 82a
6822 GC Arnhem
+31 (0)26 3515697 www.plaatsmaken.nl
mail

MAIL ROSEMIN
Als je op de mailinglist voor exposities wilt, stuur dan een mailtje via bovenstaande link of naar info@roseminhendriks.nl

Exposities

Factor X - The Chromosome of Art
3rd Artists' Biennale in the Haus der Kunst
Haus der Kunst
(Münich/Duitsland) 29 juli t/m 24 september 2017

Armando tot Mulders tot Visch
Collectie Van der Meer
Museum Flehite
(Amersfoort/NL)
21 januari t/m 23 april 2017

Stockpresentatie
Galerie Plaatsmaken
(Arnhem/NL)
19 januari t/m 25 februari 2017

Een Tijdelijke Afscheids Show
Witteveen Visual Arts Centre
(Amsterdam/NL)
14 januari t/m 11 februari 2017

Amsterdam Drawing
Stand Witteveen Visual Arts Centre
Paviljoen NDSM-plein
(Amsterdam-Noord/NL)
2016

Rosemin Hendriks
Overzichtstentoonstelling
Museum MORE
(Gorssel/NL)
2016

Alzheimer-serie + zelfportretten
Rosemin Hendriks
Dolhuys - Museum van de geest
(Haarlem/NL)
2016

Kunst aan het Spaarne
Hedendaagse tekeningen uit de schenking van Bart Spoorenberg
Teylers Museum
(Haarlem/NL)
2016

Rosemin Hendriks
Galerie Plaatsmaken
(Arnhem/NL)
2015-2016

De Uitspraak door Galerie Plaatsmaken Paleis van Justitie (Arnhem / NL)
2015

Amsterdam Drawing bij Witteveen Visual Art Centre (Amsterdam / NL)
2015

Tekeningfestival #2 Witteveen Visual Art Centre (Amsterdam / NL)
2015

Veldwerk Drawing Centre Diepenheim (Diepenheim / NL)
2015

Tekenkabinet Museum Waterland (Purmerend / NL)
2015

Museumschool
Museum Jan Cunen
(Oss / NL)
2015

Met hart en ziel
Dreef exposities Provinciehuis
(Haarlem / NL)
2015

Family Affairs
Pulchri
(Den Haag / NL)
2015

Waar de hand zingt
Drawing Centre
(Diepenheim / NL)
2015

Weer Zien
LUMC
(Leiden / NL)
2015

Oogmerk - kunstenaarsportretten (film)
Plaatsmaken/Rozet
(Arnhem / NL)
2015

Self
Museum Waterland
(Purmerend / NL)
2014

Sla je slag
Museum voor Moderne Kunst Arnhem
(Arnhem / NL)
2014

Amsterdam Drawing
Galerie Witteveen
(Amsterdam / NL)
2014

Nabij
Galerie Witteveen
(Amsterdam / NL)
2014

Tekeningen
(curator Rosemin Hendriks)
Circa Dit
(Arnhem / NL)
2014

Kunst op de koffie
diverse locaties
(Arnhem / NL)
2013

Amsterdam Drawing
Galerie Witteveen
(Amsterdam / NL)
2013 (http://www.galeriewitteveen.nl/)

Tekeningenfestival III
Galerie Witteveen
(Amsterdam / NL)
2013 (http://www.galeriewitteveen.nl/)

Black & White
Museum Gorinchem
(Gorinchem / NL)
2013

Kunst op je kamer
Valkhof Museum
(Nijmegen / NL)
2012

Figuurlijk
Museum Hilversum
(Hilversum / NL)
2012

8 Vrouwen
New Dakota
(Amsterdam / NL)
2012

4 de Korenbeurs
Korenbeurs
(Schiedam / NL)
2012

[All about drawing
Museum Schiedam
(Schiedam / NL)
2011]http://www.stedelijkmuseumschiedam.nl/en/exhibitions/archive/231-all-about-drawing-100-dutch-artists)

Connections Galerie van den Berge (Goes, NL) 2011

Zonder titel (solo)
Plaatsmaken
(Arnhem / NL)
2011

Rosemin Hendriks (solo)
Galerie Tanya Rumpff
(Haarlem / NL)
2010

Brachen Siedlung, Mobiele kunst en cultuur festival
(Duisburg/ DE, Arnhem / NL, Nijmegen / NL)
2010

Biennale Gelderland
Valkhof Museum
(Nijmegen / NL)
2010

Towing the line
White Box Gallery
(New York / US)
2009

Made in Arnhem
Museum voor Moderne Kunst
(Arnhem / NL)
2009 (http://www.whiteboxny.org/)

In stock – Out stock
Galerie Tanya Rumpff
(Haarlem / NL)
2008

Kunst uit huis IV, Otto L. Schaap, Content Art Consumer
Stedelijk Museum
(Schiedam / NL)
2008

Into Drawing, Contemporary Drawings (curator Arno Kramer)
Museum Schloss Moyland
(Bedburg-Hau / DE)
2008

Kinderen kopen kunst
Museum Boijmans-van Beuningen
(Rotterdam / NL)
2007

Songs of Innocence and Aggression (curator Thom Puckey)
Nationaal Museum Cifte Aman
(Skopje / MK)
2007

Contour, Continuïteit
Gemeente Museum
(Delft / NL)
2007

Drawing Typologies
Stedelijk Museum CS
(Amsterdam / NL)
2007

Getekend
Academie Sint-Niklaas
(Sint-Niklaas / BE)
2007

Into Drawing, Contemporary Drawings (curator Arno Kramer)
Institut Neerlandais (Parijs / FR)
2006

Tekeningen (solo)
Galerie Tanya Rumpff
(Haarlem / NL)
2006

HxBxD, RABO Kunstcollectie
Gemeentemuseum
(Den Haag / NL)
2005

Territoria , Art from the Netherlands (curator Thom Puckey)
Luigi Pecci Centre for Contemporary Art
(Prato / IT)
2005

Uitzicht met zandkorrel
LUMC (Leiden / NL)
2005

Rosemin Hendriks, tekeningen 1997- 2004 (solo) Gemeentemuseum
(Den Haag / NL)
2004

Personalities
Fries Museum
(Leeuwarden / NL)
2003

Dubbel Solo, Rosemin Hendriks, Jan Peter Muilwijk Loerakker Galerie (Amsterdam / NL)
2003

Tekenen des tijds
KW 14 (Den Bosch / NL)
2003

Rosemin Hendriks (solo) Loerakker Galerie (Amsterdam / NL)
2001

Helder
Stedelijk Museum
(Dordrecht / NL)
2000

de Voorstelling (gastconservator koningin Beatrix)
Stedelijk Museum
(Amsterdam / NL)
2000

Face to face
Fries Museum
(Leeuwarden / NL)
1999

Rosemin Hendriks (solo)
Rijksmuseum Twente
(Enschede / NL)
1998

MORNING GLORY, de Ateliers 1993-1997
de Ateliers (Amsterdam / NL)
1998

meer

Pers

NATURE MORTE (Domeniek Ruyters, Metropolis M)

Nature morte
Rosemin Hendriks en Rein Draijer
23.09.2016 | Domeniek Ruyters

Issue no4
augustus/september 2016
1.
Op de dag dat Museum Voorlinden voor het publiek openging, trok ik naar Gorssel, naar Museum MORE. Ik had dit (andere) recent geopende particuliere museum van Hans Melchers, dat een paar jaar geleden ontstaan is uit de boedel van het voormalige Dirk Scheringa Museum, nog niet eerder bezocht. Alle publiciteit rondom de opening van Voorlinden werkte op de een of andere manier als trigger om dat eindelijk maar eens te gaan doen. Museum MORE bleek middenin een Twents dorp gelegen, half verscholen achter een statig oud pand, dat was omgebouwd tot een museumcafé, met een stemmig ontworpen expositiegebouw eraan vast. Het museum is niet te groot en niet te klein, maar zou je kunnen zeggen, precies groot genoeg om speciaal voor af te reizen. De directe aanleiding voor mijn bezoek aan MORE was een tentoonstelling van het werk van Rosemin Hendriks...

meer

Nature morte
Rosemin Hendriks en Rein Draijer
23.09.2016 | Domeniek Ruyters

Issue no4
augustus/september 2016
1.
Op de dag dat Museum Voorlinden voor het publiek openging, trok ik naar Gorssel, naar Museum MORE. Ik had dit (andere) recent geopende particuliere museum van Hans Melchers, dat een paar jaar geleden ontstaan is uit de boedel van het voormalige Dirk Scheringa Museum, nog niet eerder bezocht. Alle publiciteit rondom de opening van Voorlinden werkte op de een of andere manier als trigger om dat eindelijk maar eens te gaan doen. Museum MORE bleek middenin een Twents dorp gelegen, half verscholen achter een statig oud pand, dat was omgebouwd tot een museumcafé, met een stemmig ontworpen expositiegebouw eraan vast. Het museum is niet te groot en niet te klein, maar zou je kunnen zeggen, precies groot genoeg om speciaal voor af te reizen. De directe aanleiding voor mijn bezoek aan MORE was een tentoonstelling van het werk van Rosemin Hendriks...

... De vrouwelijke Philip Akkerman, die haar eigen tronie al een kunstenaarsleven lang als motief gebruikt voor groot formaat tekeningen. De tentoonstelling was één zaal groot, omvatte haar werk vanaf het midden van de jaren negentig, dat zo bleek, is opgenomen in verschillende grote museumcollecties in dit land. Ik telde het Stedelijk Museum in Amsterdam, Museum Arnhem, het Centraal Museum in Utrecht, naast veel werk uit particuliere verzamelingen. Met de jaren zie je in de tekeningen van Hendriks niet zozeer de veroudering, die je wellicht zou verwachten, maar vooral een zekere verharding. Het gezicht, dat voor Hendriks altijd al een zekere abstractie had en niet is gekozen als psychologisch motief, valt meer en meer uiteen in bizarre ornamenten. Dat wat van een zekere afstand nog wel als een neus of een mond herkenbaar is, wordt van dichterbij een spel van golvende lijnen die meer met Jugenstil dan de menselijke contour van doen hebben. De monden worden in meerdere tekeningen tot complexe uitwaaierende vlechtwerken met soms een gevaarlijk kantige onder- en bovenkant. Ogen groeien uit tot grillige sieraden en complexe patronen. Elke behoefte om er een zintuig in te zien valt weg als je er met je neus bovenop staat. Op de keper beschouwd komt Hendriks’ werk in een museum voor abstracte kunst misschien wel beter tot zijn recht, dan in dit museum voor realisme. Ver verwijderd van elke behoefte er een mens in te herkennen, glorieert een formalisme dat zich vrijelijk verlustigt aan elk detail. Het gezicht verandert krijtstreep na krijtstreep in een groot monumentaal stilleven. Ik zie een oog, een neus en een mond die evengoed een geabstraheerde appel, peer en een banaan hadden kunnen zijn Opgeofferd aan de kunst, betreedt het gezicht een gebied dat zich niet zo eenvoudig laat verklaren, dat zich verwijderd heeft van het leven, van dat wat de realiteit wordt genoemd. Het is een gebied dat niet direct behaaglijk te noemen is, eerder vreemd en koel, onprettig onbestemd. Het wordt bereikt in een proces dat distantie en een zekere genadeloosheid vereist. Warm en teder kun je het in ieder geval niet noemen, deze portretten. Ze hebben vaker iets van een 'verminking' en een 'onthoofding', opdat de tekening als tekening optimaal naar voren treedt.

DIASHOW (KLIK OP PIJL) Rosemin Hendriks, detail 2. Kunst en de dood, je leest er niet zo vaak over, maar in Museum More moest ik er regelmatig aan denken. Niet alleen bij Hendriks’ stillevens van haar gezicht. Ook veel werk uit de vaste opstelling lijkt vooral begaan met de vlucht uit het leven, weg van het bestaan, de eindeloze afwisseling en verstrooiing, de niksigheid van alledag, de triviale zorgen en gedachten. In de zalen van de vaste opstelling gaat van de kunst van figuren als Mankes en Schumacher, Koch en Willink, hoe realistisch die ook ogen, een diepe, calvinistisch aandoende ernst uit, van kunstenaars wier leven in het teken moet hebben gestaan van de afzondering, de afscheiding, de vervreemding en afsplitsing – zo graag als ze weg lijken te hebben willen blijven van modes, de waan van de dag, van joligheid en plezier. Veel van het getoonde is een leeg landschap of een stilleven dat hier met recht beter nature morte wordt genoemd. De grote verrassing van mijn bezoek volgt op de bovenetages, waar het museum een groot overzicht presenteert van Rein Draijer (1899-1986). Draijer blijkt een perfecte partner van Hendriks, dag in dag uit geraakt door het leven, maar als kunstenaar een boodschapper van de dood. Als een kille vampier zoog Draijer de kleur uit zijn landschappen en interieurs, om uiteindelijk een pallet van blauwen, bruinen en grijzen over te houden. Ik zie bleke duintoppen, vale velden en luchten, een bleekblauwbruine Tafelberg, verstilde witte nieuwbouwwijken en interieurs. Hilarisch hoogtepunt van zijn carrière is wellicht zijn postzegel voor de PTT, waarin het Rietveld Schröderhuis de felle primaire kleurstellingen verloren heeft en je kijkt naar vaal blauw en grijs. Alsof het een kleurennegatief is. Draijer was een groot kunstenaar tijdens zijn leven. Geëerd en gevierd. Hij vertegenwoordigde Nederland op de Biënnale van Venetië in 1962. Categorie Fiona Tan, Aernout Mik en Daan van Golden. De museumdirecteuren van die dagen lieten zich in lovende teksten over hem uit, en ook als docent van de KABK werd hij op handen gedragen. In een op zaal getoonde onderhoudende video laten kunstenaars, onder wie zijn leerling Co Westerik, zien hoe bepalend hij was voor hun eigen kunstenaarschap. Als je het werk nu ziet kun je je dat succes toch niet echt meer voorstellen. De kunstgeschiedenis heeft anders over Draijer geoordeeld. Hij is van een nationale bekendheid, de chroniqueur van een grijs en Hollands bestaan, een onbekende kunstenaar geworden, een kunsthistorisch curiosum, van het type waar de hedendaagse curator zo dol op is. Draijer is de hier herontdekte antiheld, die ons bij alle koelheid die uit zijn werk spreekt, laat zien dat er dood is na leven en leven na de dood. Ik heb lang geleden in een tentoonstelling in het Gemeentemuseum wel eens een Draijer opgehangen. Een schitterende takkenbos, geschilderd in die hem zo typerende sobere stijl (helaas niet aanwezig in Gorssel). Het doek hing soeverein en monumentaal alle kanten op te wijzen, hoog op een verder lege wand. Het schilderij als richt- en verdwijnpunt, gehangen aan het eind van het tentoonstellingsparcoers. Je kon er ook een verbindingspunt in zien. Het lijkt alsof Draijer en Hendriks in Museum MORE eenzelfde rol te vervullen hebben, als breekijzer en verzoener. Zij dienen als een vlucht uit een te letterlijk realisme, dat de kunsthistorische categorie van kunst, waar dit museum via zijn naam aan verbonden is, haar wat brave en truttige imago geeft. Nog even en in dit museum hangt naast deze 'realistische Mondriaan', zoals Draijer wel wordt genoemd, straks een echte. Want wat is nu realistisch?

© 2016 Metropolis M

MICHIEL MOREL OVER ROSEMIN HENDRIKS

Michiel Morel, voormalig directeur van kunstcentrum Heden in Den Haag, schreef een tekst naar aanleiding van de expositie in museum MORE:


Op mijn websitehttp://www.michielmorel.nl/could-it-be-rosemin-hendriks/#more-2488/ staat nu een portret van de kunstenaar Rosemin Hendriks, alom bewonderd en gerespecteerd vanwege haar portrettekeningen, die zijn opgebouwd uit klare lijnen, in zwart, wit en grijs. Meestal zijn het kolossale tekeningen, in de regel zelfportretten, die zij volgens een vast stramien in nieuwe personages omzet.
Gevoelens, gedachten en stemmingen zijn in haar tekeningen echter niet even gemakkelijk te duiden. Als er iets is wat zielenroerselen zou kunnen prijsgeven, dan zijn het de ogen wel, maar die nemen bij Rosemin Hendriks vaak bizarre vormen aan. Katachtige ogen die van je weg of langs je heen kijken, omhoog of omlaag, dan wel je volgen of je indringend aanstaren...

meer

Michiel Morel, voormalig directeur van kunstcentrum Heden in Den Haag, schreef een tekst naar aanleiding van de expositie in museum MORE:


Op mijn websitehttp://www.michielmorel.nl/could-it-be-rosemin-hendriks/#more-2488/ staat nu een portret van de kunstenaar Rosemin Hendriks, alom bewonderd en gerespecteerd vanwege haar portrettekeningen, die zijn opgebouwd uit klare lijnen, in zwart, wit en grijs. Meestal zijn het kolossale tekeningen, in de regel zelfportretten, die zij volgens een vast stramien in nieuwe personages omzet.
Gevoelens, gedachten en stemmingen zijn in haar tekeningen echter niet even gemakkelijk te duiden. Als er iets is wat zielenroerselen zou kunnen prijsgeven, dan zijn het de ogen wel, maar die nemen bij Rosemin Hendriks vaak bizarre vormen aan. Katachtige ogen die van je weg of langs je heen kijken, omhoog of omlaag, dan wel je volgen of je indringend aanstaren...

... Of ogen als dahlia’s, die met hun griezelige pupillen gelijk sterretjes of scheermesjes – dikwijls twee pupillen per oog – het gelaat maskerachtig kunnen camoufleren.

Wie het werk van deze ferme kunstenaar wil zien en volgen haast zich naar Museum MORE in Gorssel, waar een schitterende overzichtstentoonstelling te zien is. Nog tot begin oktober a.s.

GETEKENDE SELFIES VAN ROSEMIN HENDRIKS (Merel van den Nieuwenhof)

Zelfportretten

#


Ze tekent zelfportretten, al zo’n twintig jaar lang. Uitgekeken op haar eigen gezicht raakt ze niet. En dat begrijp ik wel, als Rosemin bakken met foto’s van zichzelf laat zien: een veelheid aan kapsels, gezichtsuitdrukkingen en gemoedstoestanden passeert de revue. ‘Ik tekende eerst mijn spiegelbeeld, maar had dan steeds dezelfde geconcentreerde blik. Door foto’s te maken kan ik meer variatie aanbrengen.’ Daar speelt ze mee, door bijvoorbeeld een pasfotohokje in te duiken of de houding van een bokser na te doen. ‘Het is interessant hoe je er soms zelf bijna niet meer op lijkt.’ Deze foto’s vormen het uitgangspunt van haar tekeningen. Rosemin kiest een foto, neemt de belangrijkste lijnen over en projecteert die op het juiste (vaak grote) formaat papier. En dan kan het tekenen beginnen.

meer

Zelfportretten

#


Ze tekent zelfportretten, al zo’n twintig jaar lang. Uitgekeken op haar eigen gezicht raakt ze niet. En dat begrijp ik wel, als Rosemin bakken met foto’s van zichzelf laat zien: een veelheid aan kapsels, gezichtsuitdrukkingen en gemoedstoestanden passeert de revue. ‘Ik tekende eerst mijn spiegelbeeld, maar had dan steeds dezelfde geconcentreerde blik. Door foto’s te maken kan ik meer variatie aanbrengen.’ Daar speelt ze mee, door bijvoorbeeld een pasfotohokje in te duiken of de houding van een bokser na te doen. ‘Het is interessant hoe je er soms zelf bijna niet meer op lijkt.’ Deze foto’s vormen het uitgangspunt van haar tekeningen. Rosemin kiest een foto, neemt de belangrijkste lijnen over en projecteert die op het juiste (vaak grote) formaat papier. En dan kan het tekenen beginnen.

—— Eerst het linkeroog
Rosemin pakt iedere tekening volgens eenzelfde structuur aan. ‘Ik begin altijd met het linkeroog, dan de linker wenkbrauw. Op het linkeroog reageer ik met het tekenen van het rechteroog. Die gestructureerde werkwijze heb ik nodig, juist omdat ik dat niet ben.’ Zo werkt ze in houtskool en pastelpotlood ieder element uit het gezicht uit: de ogen, neus, kaaklijn en ook lijntjes of wallen. ‘De tekening is wat er over blijft als je die route hebt afgelopen. Als ik een onderdeel eenmaal heb afgerond, werk ik daar later niet meer aan. Als je teruggaat, gaat het vaak mis.’ Deze vaste routine geeft haar houvast, maar betekent niet dat ze zich niet laat verrassen. ‘Juist daardoor kan ik meer openstaan voor wat er tijdens het tekenen gebeurt.’ Dat kunnen de kleinste dingen zijn. Zo liet Rosemin zich onlangs verrassen door een in kleur afwijkend stukje houtskool, waarvan de bruine tint voor een onverwacht effect in haar tekening zorgde. ‘Ik ben geïnteresseerd in wat ik vooraf niet had kunnen bedenken. Die structuur is als een parcours, waarbinnen ik alle kanten op kan vliegen.’

—— Dierbare herinnering
Ze groeide op binnen een kunstenaarsfamilie: haar beide ouders en haar broer zijn eveneens kunstenaar. Het lag dan ook in de lijn der verwachting dat ook Rosemin zich op het pad van de beeldende kunst zou begeven. ‘Hoewel het me ook wel wat lijkt als je bijvoorbeeld de enige bioloog in je familie bent.’ Maar ook als kunstenaar heeft ieder zijn eigen terrein. Tijdens haar studie aan de Arnhemse kunstacademie wilde ze schilder worden. ‘Dat is niet gelukt,’ zegt Rosemin lachend. Toen ze na de academie in De Ateliers ging werken, wezen anderen haar erop dat de manier waarop ze de voorstelling opzette, de ondertekening, juist interessant was. Ze laat een doekje zien uit die periode, dat ze als een dierbare herinnering in haar atelier heeft hangen. In het lijnenspel herken ik haar handschrift. Hoewel Rosemin het schilderen niet meteen aan de wilgen hing, werd ze in die periode meerdere malen voor tekeningen-tentoonstellingen gevraagd. ‘Op een gegeven moment had ik al jaren niet meer geschilderd.’ Ze is er niet rouwig om.

—— Altijd voorhanden
Op de vraag waarom ze vooral zichzelf tekent, heeft Rosemin meerdere antwoorden. Zo heb je als kunstenaar jezelf altijd voorhanden. ‘De belangrijkste reden is dat ik vrijer ben als ik mezelf teken. Als je een ander portretteert, kan diegene het bijvoorbeeld onprettig vinden dat je ook rimpels en wallen tekent. Daar hou je dan onbewust rekening mee. Als ik mezelf teken kan ik doen wat ik wil.’ Toch tekent Rosemin zo nu en dan ook anderen – ze werkt momenteel in opdracht aan een vrouwenportret met prachtige ijsblauwe ogen – of bij uitzondering zelfs een geheel ander onderwerp. ‘Voor een tentoonstelling in Diepenheim ben ik uitgenodigd te reageren op een citaat van Breytenbach.’ Ze moet nog beginnen aan de tekening, maar weet al wel dat het geen portret zal worden. Het resultaat zal vanaf 21 maart te zien zijn bij Kunstvereniging Diepenheim.

—— Eigen handschrift
Naast een archief met gefotografeerde zelfportretten heeft Rosemin in haar atelier ook dozen met foto’s van andere onderwerpen. Haar hond komt daarin vaak terug, maar ook weerspiegelingen in water, auto’s of ruiten. Deze plaatjes gebruikt ze niet direct in haar werk, maar beïnvloeden haar wel. ‘Als je het gefotografeerd hebt, zit het meer in je hoofd. Zo herken ik soms vormen uit een gezicht in de weerspiegeling in de lak van een auto. Zo werkt dat: wat je al hebt gezien, zie je terug in andere dingen. Dat beïnvloedt elkaar over en weer. Als ik een plaatje van een kwal heb gezien, teken ik soms ’s avonds onbedoeld een mond die daar veel op lijkt. En zo kan het ook gaan met bijvoorbeeld doorgesneden groenten.’ Nu ze me erop heeft gewezen, herken ik dergelijke vormen inderdaad. In geabstraheerde vorm weliswaar, want het werk van Rosemin kenmerkt zich door strakke lijnen, maar bevat ook altijd duidelijk haar handschrift. Ook als je haar gezicht niet direct herkent in een tekening, dan nog herken je haar manier van tekenen uit duizenden.

februari / maart 2015
Palet 375

VERGEZICHTEN VAN ROSEMIN HENDRIKS (Alex de Vries)

Op 14 juni publiceerde Roland Sohier op Mister Motley een tekst over kunstenaars die (vrijwel) dagelijks een werk maken waarvoor ze hun eigen persoon als uitgangspunt gebruiken. Een kunstenaar die ook, maar zeker niet dagelijks (al kan ze er dag en nacht mee bezig zijn), dergelijk werk maakt, is Rosemin Hendriks (1968). Ze gebruikt haar eigen – veelal eerst gefotografeerde - gelaatstrekken als vertrekpunt voor bijna alle tekeningen die ze maakt. Ze heeft daarvoor een simpele reden: ze is nu eenmaal het model dat ze altijd bij de hand heeft. Ze is daardoor niet afhankelijk van de beschikbaarheid van anderen die, hoe je ze ook wendt of keert, altijd tussen de kunstenaar en het kunstwerk in gaan staan. Daar heeft ze bij zichzelf geen last van. Hoewel tal van haar tekeningen in uiterlijke gedaante veel op Rosemin Hendriks lijken, doen evenzoveel tekeningen dat helemaal niet. Daarmee is meteen duidelijk dat het haar niet gaat om het maken van een gelijkend portret. Haar tekeningen zijn geen vergelijkingsmateriaal om de realiteit aan af te meten.

meer

Op 14 juni publiceerde Roland Sohier op Mister Motley een tekst over kunstenaars die (vrijwel) dagelijks een werk maken waarvoor ze hun eigen persoon als uitgangspunt gebruiken. Een kunstenaar die ook, maar zeker niet dagelijks (al kan ze er dag en nacht mee bezig zijn), dergelijk werk maakt, is Rosemin Hendriks (1968). Ze gebruikt haar eigen – veelal eerst gefotografeerde - gelaatstrekken als vertrekpunt voor bijna alle tekeningen die ze maakt. Ze heeft daarvoor een simpele reden: ze is nu eenmaal het model dat ze altijd bij de hand heeft. Ze is daardoor niet afhankelijk van de beschikbaarheid van anderen die, hoe je ze ook wendt of keert, altijd tussen de kunstenaar en het kunstwerk in gaan staan. Daar heeft ze bij zichzelf geen last van. Hoewel tal van haar tekeningen in uiterlijke gedaante veel op Rosemin Hendriks lijken, doen evenzoveel tekeningen dat helemaal niet. Daarmee is meteen duidelijk dat het haar niet gaat om het maken van een gelijkend portret. Haar tekeningen zijn geen vergelijkingsmateriaal om de realiteit aan af te meten.


Zoals het bij Lotte van Lieshout in haar naakten – zoals Roland Sohier schrijft - niet gaat om hoe ze er bloot uitziet, maar hoe ze de schilderkunstige verbeelding in gang zet, zo gaat het bij Rosemin Hendriks om de ongekende mogelijkheden van de tekenkunst. Om het ongekende te vatten, begint ze bij iets wat ze het beste kent: haar eigen gezicht dat haar altijd ook weer voor raadsels stelt.

Bij Witteveen Visual Arts Centre zijn momenteel recente en wat oudere tekeningen van Rosemin Hendriks te zien. De laatste tekeningen uit 2013 zijn van een intimiderende openhartigheid en schoonheid. Niet dat die typering niet voor het ouder werk zou gelden, maar het nieuwste werk toont een vrijheid in de omgang met wat tekenkunstig mogelijk is. Ze veroorlooft zich andere bespiegelingen dan in het eerdere werk, maar die nieuwe overwegingen zijn er wel door mogelijk gemaakt. De waardering van nieuwe vooruitzichten in de tekenkunst gaan bij haar nooit ten koste van wat ze eerder heeft gemaakt.

Altijd al is de vrijwel onaantastbare zelfstandige autoriteit van haar tekeningen vooral een kwestie geweest van het overwinnen van onzekerheid en het overschrijden van persoonlijke grenzen. Als je haar tekeningen van dichtbij bekijkt dan zie je dat die trefzekere lijnen die je van een afstand ziet eindeloos zijn geprobeerd en gezocht voordat ze hun definitieve plaats op het papier vinden. Er is een weg in dat gezicht afgelegd doordat de kunstenaar steeds op haar schreden is teruggekeerd.

Het is de route die de kwaliteit van de tekening bepaalt, de omstandigheid dat ze die aarzeling toont en in het werk integreert. Je ziet in de tekeningen dat ze vooruitdenkt. Het is niet zo dat ze nu alles in een keer raak neerzet, maar het ‘goed’ doen op zichzelf is het doel niet meer. Het mag en kan nu anders dan ze zichzelf voorschrijft. Het voorschrift voor een geslaagde tekening bestaat in feite niet meer. De tekening bewijst zichzelf wel.

Ze is in haar werk meer zichzelf dan ooit. Juist daardoor kenmerken de tekeningen zich door een vrijheid van denken en verbeelden die ver aan persoonlijke beperkingen en remmingen voorbij gaat. Door deze nieuwe tekeningen krijgt al haar eerdere werk een andere gelaagdheid en diepte. Alle tekeningen ontstaan uit elkaar en maken elkaar mogelijk. Meer en meer kijkt Rosemin Hendriks onbekommerd naar haar gezicht om iets anders te tekenen: haar gezichtsvermogen. Als je maar goed genoeg kijkt, kun je er ongedachte vergezichten in herkennen. De microscopische blik is meteen ook een omgekeerde verrekijker. Hoe dichterbij je komt, hoe meer je je erin verliest.

25 juni 2013
Mister Motley

Reactie van Arno Kramer
27 juni 2013

De beschouwing van Alex de Vries over het werk van Rosemin Hendriks is een boeiende en het zette bij me de volgende overwegingen in gang. Ik heb me vaak de vraag gesteld waarom het lichaam en het portret in de beeldende kunst onuitputtelijk kunnen worden gebruikt als onderwerp en waarom dat niet kan, althans in mindere mate, met een hond, een koffiekan of een jurk. Waarom lijken objecten als onderwerp in de beeldende kunst eerder te gaan vervelen dan een hond? En waarom kon je een hond weer iets langer als gegeven gebruiken dan alleen een stoel? Wat is het dat het portret nooit verveeld? Het lichaam blijft in al zijn hoedanigheden, van gekleed, simpel, verleidelijk, erotisch, behaagziek, verhullend, dramatisch, expressief enz., fier overeind. Zijn het deze kwalificaties die je niet of nauwelijks op voorwerpen kunt toepassen, die al aangeven dat dat lichaam een multifunctioneel onderwerp is? Vermoedelijk wel. De mens heeft niet alleen eeuwenlang kunstenaars aangetrokken om te tekenen en te schilderen, maar ook kijkers hebben altijd veel affiniteit getoond met de uitbeelding van de mens. Eeuwenlang is ons een spiegel voorgehouden of deze ons nu flatterend afbeeldde of juist zielig en lijdend, altijd blijft er een bepaalde aantrekkingskracht van de persoon in een kunstwerk uitgaan. Dat het werk van Rosemin Hendriks tot deze bespiegelingen aanleiding geeft zegt al genoeg over de vraagstellende, maar toch vooral ook aantrekkelijke kant van haar tekeningen. Wat mij ook boeit in de technische uitvoering is dat Hendriks in de helderheid een zekere perfectie suggereert, maar als je goed kijkt zie wel degelijk kleine weerstanden. Een uitgegumde of weggepoetste lijn. Een verschil in dikke en dunnere lijnen. Haar dat niet altijd heel erg plastisch is, maar daarom niet minder haar. Die glans die in dat oog is getekend. Hier wordt de paradox gevisualiseerd van de intimiteit versus de openbaarheid, op een kwalitatief erg hoog niveau.

ROSEMIN HENDRIKS: IN HET TEKENEN NAAR AANLEIDING VAN MIJN EIGEN HOOFD, KOM IK ALLES TEGEN WAT IK ALS KUNSTENAAR NODIG HEB (Peter Nijenhuis)

Rosemin Hendriks over de rol die vorm, psychologie, uitdrukking en visuele effecten spelen in haar zelfportretten

PN: Je tekent al bijna twintig jaar je eigen portret en soms het portret van iemand waar je naar eigen zeggen een zekere vertrouwdheid mee hebt. Je hebt vaak verklaard dat het geen psychologische motieven zijn die je daartoe brengen, maar welke motieven dan wel?
—— Ik heb nooit bewust besloten om alleen of in hoofdzaak mezelf te tekenen. Dat is vanzelf gegaan. Op de kunstacademie in Arnhem was ik daar al mee bezig. Wat me ertoe bracht om mezelf te tekenen en te schilderen, want dat laatste deed ik toen vooral, was niet het streven om mijn ziel bloot te leggen. Met het Romantische idee, dat kunst de expressie is van de gevoelens en het innerlijk van de kunstenaar, hadden mijn tekeningen en mijn andere werk niet veel te maken. Mijn werk heeft zich sinds ik naar de kunstacademie ging, als ik me dat nu goed herinner, ontwikkeld vanuit een ander idee. Ik werkte toen ik pas op de kunstacademie zat hooguit vijf minuten aan een tekening en dan begon ik aan de volgende. Het lukte of het lukte niet. Mijn tekeningen waren in die tijd de illustratie van een gedachte of een inval in mijn eigen handschrift. Daar was ik niet tevreden mee. Mijn werk ontwikkelde zich onvoldoende. Ik wilde tekeningen maken die ook veel meer zouden gaan over vorm, lijn, kleur en over techniek. Ik wilde verbeteringen aanbrengen en de concentratie oprekken. Dat wat je maakte moest samenvallen met hoe je het maakte. Het moest samen op gaan. Bovendien wilde ik dat mijn tekeningen een algemenere geldigheid zouden hebben, dus niet alleen over mij zouden gaan. De manier waarop ik nu teken is dat ik bij het opzetten en uitwerken van een tekening een bepaald stramien volg en reageer op wat zich al tekenend voordoet. Een lijn of een vorm roept bij mij altijd een andere vorm of lijn op. In plaats van door een gedachte of een inval, zoals aanvankelijk op de kunstacademie, laat ik me nu leiden door het tekenen zelf, dat wil zeggen door de daaruit voortvloeiende associaties en de vormmogelijkheden die zich al tekenend aandienen. Het tekenen duurt tegenwoordig ook langer dan vijf minuten. Ik kan met een tekening soms weken of maanden bezig zijn.

meer

Rosemin Hendriks over de rol die vorm, psychologie, uitdrukking en visuele effecten spelen in haar zelfportretten

PN: Je tekent al bijna twintig jaar je eigen portret en soms het portret van iemand waar je naar eigen zeggen een zekere vertrouwdheid mee hebt. Je hebt vaak verklaard dat het geen psychologische motieven zijn die je daartoe brengen, maar welke motieven dan wel?
—— Ik heb nooit bewust besloten om alleen of in hoofdzaak mezelf te tekenen. Dat is vanzelf gegaan. Op de kunstacademie in Arnhem was ik daar al mee bezig. Wat me ertoe bracht om mezelf te tekenen en te schilderen, want dat laatste deed ik toen vooral, was niet het streven om mijn ziel bloot te leggen. Met het Romantische idee, dat kunst de expressie is van de gevoelens en het innerlijk van de kunstenaar, hadden mijn tekeningen en mijn andere werk niet veel te maken. Mijn werk heeft zich sinds ik naar de kunstacademie ging, als ik me dat nu goed herinner, ontwikkeld vanuit een ander idee. Ik werkte toen ik pas op de kunstacademie zat hooguit vijf minuten aan een tekening en dan begon ik aan de volgende. Het lukte of het lukte niet. Mijn tekeningen waren in die tijd de illustratie van een gedachte of een inval in mijn eigen handschrift. Daar was ik niet tevreden mee. Mijn werk ontwikkelde zich onvoldoende. Ik wilde tekeningen maken die ook veel meer zouden gaan over vorm, lijn, kleur en over techniek. Ik wilde verbeteringen aanbrengen en de concentratie oprekken. Dat wat je maakte moest samenvallen met hoe je het maakte. Het moest samen op gaan. Bovendien wilde ik dat mijn tekeningen een algemenere geldigheid zouden hebben, dus niet alleen over mij zouden gaan. De manier waarop ik nu teken is dat ik bij het opzetten en uitwerken van een tekening een bepaald stramien volg en reageer op wat zich al tekenend voordoet. Een lijn of een vorm roept bij mij altijd een andere vorm of lijn op. In plaats van door een gedachte of een inval, zoals aanvankelijk op de kunstacademie, laat ik me nu leiden door het tekenen zelf, dat wil zeggen door de daaruit voortvloeiende associaties en de vormmogelijkheden die zich al tekenend aandienen. Het tekenen duurt tegenwoordig ook langer dan vijf minuten. Ik kan met een tekening soms weken of maanden bezig zijn.


PN: Je werk heeft iets paradoxaals. Je knoopt enerzijds aan bij een streven dat in de jaren zestig van de vorige eeuw, en trouwens al eerder in de jaren twintig, in de kunst naar voren komt. Ik bedoel het streven om het maken van kunst los te koppelen van het innerlijk en de emoties van de kunstenaar door volgens een van te voren bepaalde aanpak te werk te gaan. Maar anderzijds kan je je werk toch niet los zien van jouw persoon?
—— Je kunt mijn werk inderdaad niet los zien van mijn persoon, want ik heb het tenslotte gemaakt. Het zijn mijn formele keuzes die leiden tot het uiteindelijke beeld, maar het zijn geen geheimen of openlijke boodschappen over wie ik ben of hoe het met me gaat. Mijn interesse gaat in de eerste plaats uit naar vorm. In het tekenen naar aanleiding van mijn eigen hoofd kom ik alles tegen wat ik als kunstenaar qua vorm nodig heb. Ik kom al tekenend nog steeds op meer ideeën dan ik kan uitwerken. Maar vorm is niet het enige wat me bezighoudt. Ik kan niet ontkennen dat mijn portretten een psychologisch aspect hebben. Dat psychologische aspect heeft echter niet zozeer te maken met mijn dagelijkse gevoelens en gedachten. Het ligt op het veel algemenere vlak van de uitdrukking. Ik houd me bezig met vorm, maar bij het tekenen van een gezicht brengt de vorm onvermijdelijk een uitdrukking mee. Je kunt heel neutraal een rondje tekenen met twee stippen en een streepje eronder. Hoe neutraal je dat ook doet, die twee stippen en de streep eronder vormen in het rondje altijd een gezicht. Al naar gelang de onderlinge verhouding van de stippen en afhankelijk van hoe je de streep eronder trekt, heeft dat gezicht altijd een uitdrukking die lijkt te staan voor bepaalde gevoelens, gedachten of een stemming. Het gezicht staat zuur, neutraal, vrolijk, peinzend of op een manier die niet helemaal te duiden is, maar de uitdrukking is er altijd. Ook al benader je het tekenen van een gezicht, zoals ik, vooral vanuit vorminteresse, toch voegt het feit dat de vorm van een gezicht ogenschijnlijk altijd iets tot uitdrukking brengt, iets extra’s aan toe. Dat ik steeds mijn eigen portret neem als uitgangspunt om te tekenen en niet een kopje koffie, heeft met dat uitdrukkingsaspect veel te maken. Als ik kopjes koffie zou tekenen zou ik de extra laag van de uitdrukking moeten missen. Ik fotografeer overigens wel vaak kopjes koffie, maar met het tekenen van kopjes koffie zou ik me niet echt kunnen verbinden. Daarom teken ik gezichten. Dat zouden ook de gezichten van anderen kunnen zijn, maar het portretteren van anderen brengt beperkingen met zich mee. Je moet iemand vragen en als je die tekent dan moet het toch een beetje lijken, anders poseert die ander voor niets. Je kunt bepaalde dingen van een ander, zoals rimpels, wallen of een grote neus niet zomaar benadrukken, ook al zou dat een mooiere tekening opleveren, want dat is tegenover de persoon die je portretteert niet aardig. Als je jezelf portretteert, heb je dat soort problemen die de vrijheid van het tekenen inperken niet. Ik kan mijn neus spitser of ronder maken als dat voor de tekening goed is en ik kan ervoor kiezen om een tekening meer of minder op mezelf te laten lijken door ergens wel of niet de nadruk op te leggen.

PN: Kun je vertellen hoe je te werk gaat?
—— Voor ik begin met tekenen, bekijk ik foto’s van mezelf. Daar heb ik stapels van in mijn atelier. Het eigenaardige is dat ik er op foto’s heel anders uit kan zien. Al naar gelang het licht, hoe mijn haar zit en dat soort dingen, lijk ik iemand anders. Als ik lang genoeg door mijn verzameling foto’s heb gebladerd, kies ik er een uit. Waarom ik een bepaalde foto uitkies om als uitgangspunt te dienen voor een tekening kan ik niet precies zeggen. Er moet een klik zijn tussen mij en wat zo’n foto op dat moment uitstraalt, het soort persoon die ik op de foto lijk of ben en de atmosfeer die dat oproept. Als ik een keuze heb gemaakt, projecteer ik de foto op papier en trek ik de contouren grofweg na met houtskool. Dan begint het tekenen. Ik werk voor een deel los van de foto, maar keer er steeds naar terug. Ik teken altijd met het stuk van de tekening waarmee ik bezig ben op ooghoogte recht voor me. Het papier zit op een tekenplank aan de muur en die tekenplank kan ik als een schoolbord bewegen. Ik teken altijd volgens een vast stramien. Ik begin met het rechteroog en de wenkbrauw. Dan teken ik het linkeroog en wenkbrauw en vervolgens werk ik aan de neus en de mond. Als ik teken sta ik dicht op het papier, maar tussendoor doe ik ook altijd een paar stappen achteruit om het geheel te bekijken. Ik kijk ook regelmatig via een spiegel naar wat ik getekend heb om nog uit te werken mogelijkheden of alternatieven in het gespiegelde beeld te ontdekken. Een gezicht is immers een min of meer gespiegelde vorm en als je links bezig bent, kun je een mogelijke vorm voor rechts via de spiegel al een beetje bekijken.
Als ik iets teken, dat zei ik al, een lijn of een vorm, dan roept dat altijd associaties op met de lijnen en vormen van andere dingen. Vroeger waren dat vooral vormgegeven zaken, onderdelen van een fototoestel bijvoorbeeld. Tegenwoordig hebben mijn associaties, en wat ik daarvan uitwerk in mijn tekeningen, vooral met planten, groenten en met dieren te maken. Je tekent de iris van een oog en dat vermengt zich dan met de vorm van een kappertje of met hoe het vruchtvlees en de zaadjes van een courgette eruit zien als je hem in plakjes snijdt. Mijn associaties brengen me er ook wel eens toe om een omweg te maken. Je tekent iets dat iets weg heeft van een kolibrie, een paddenstoel of een uiltje. Maar hoe ziet een kolibrie, een paddenstoel of een uiltje er ook al weer precies uit? Het kan gebeuren dat ik het tekenen onderbreek om dat uit te zoeken. Soms ga ik daar een stukje in mee en dan ga ik weer terug naar wat ik aan het tekenen was: een pupil, een neusrand of zoiets.

PN: En dat is wat je eerder omschreef als het je laten leiden door het proces van het tekenen?
—— Zo ongeveer, want ik reageer al tekenend ook op wat ik ergens anders in de tekening heb gedaan. Hoe ik het rechteroog heb getekend, is van invloed op wat ik met het linkeroog doe en met de rest en dat staat dan weer niet los van het uitgangspunt dat ik koos toen ik met de tekening begon, bijvoorbeeld de keuze om bepaalde lijnen of vormen meer of minder te laten uitkomen.

PN: Hoe kijk je tegen een tekening aan op het moment dat je hem voltooit?
—— Het voltooien van een tekening roept doorgaans verslagenheid op. Op een geven moment heb je alle mogelijkheden van een tekening benut. Dat kun je nog rekken door de tekening als het ware tijdelijk open te breken zoals je de vloer van een huis openbreekt om aan de leidingen of het fundament te rommelen. Maar op een geven moment kan je er niet omheen dat het zover is. De tekening sluit zich en jij wordt eruit gegooid. Je bent niet meer nodig en het contact lijkt weg. Ik moet er door mijn omgeving aan herinnerd worden dat dat telkens gebeurt, maar zelf ben ik dat altijd weer vergeten al het zover is.

PN: Speelt een eenmaal voltooide tekening een rol bij het maken van de volgende?
—— Een tekening kan moeizaam zijn in de zin dat hij veel werk en concentratie vraagt. Die concentratie vergemakkelijkt soms het maken van een volgende tekening, hoewel je je in het gevoel dat iets gemakkelijk zal gaan soms lelijk kunt vergissen. Wat zich aan mogelijkheden bij het tekenen van de ene tekening aandient, kan ook de aanleiding zijn tot het maken van de volgende. Dat kunnen de niet-gerealiseerde mogelijkheden zijn, maar ook hoe een tekening uitvalt. Ik heb een tekening gemaakt waarin ik de harde, horizontale lijnen heb benadrukt. Die tekening ziet er een beetje schedelachtig uit. Een oud gezicht. In de volgende tekening heb ik meer de nadruk gelegd op het golvende van de lijnen en op de ogen, die iets weg hebben van een ruimtewezen zoals je die wel eens in een tekenfilm ziet. Misschien streef ik toch naar een soort evenwicht tussen de verschillende tekeningen. Het moet in ieder geval niet naar één kant doorslaan. Met wat voor afstand ik ook werk, ik moet me met mijn tekeningen kunnen verhouden. In die zin gaat het toch over mezelf.

PN: Wat betekent het feit dat je zelf in al die jaren een ouder en ander gezicht hebt gekregen?
—— Dank je wel. Wat tekenen betreft, schept het ouder worden kansen. Waar in mijn tekeningen ooit allerlei lege plekken waren, zie ik nu aanleiding om in te gaan op voor mij interessante lijnen, vormen en patronen.

PN: Met wat voor materialen werk je?
—— Een belangrijk materiaal is houtskool, liefst zo hard mogelijk. Ik slijp het zodat er een puntje aan zit. Wattenstaafjes gebruik ik om de houtskoollijnen bij te werken of te verschuiven. Als de tekening af is, trek ik hem na met contépotlood, officieel heet dat pierre noire. Sinds anderhalf jaar werk ik ook met potlood. Voor zwart gebruik ik potloden van het merk Nero. Kleur- of pastelpotloden heb ik het liefst van het merk Derwent en Stabilo. In plaats van met een stuk gum werk ik liever met gumpotlood. Mijn favoriete papier is Canson à grain, maar dat vormt een probleem. De productie van dat papier is al een paar keer veranderd volgens mij. Vroeger kon je rollen van vijftig meter kopen. Het laatste stuk van vijftien meter liet ik gewoonlijk ongebruikt omdat dat teveel bolde. Tegenwoordig wordt het papier in de groothandel helaas aangeboden in rollen van tien meter. Ik moet nog zien hoe ik daar een mouw aan pas.

PN: Je tekeningen zijn complex en gelaagd. Op het eerste gezicht gaat het om een overzichtelijk, samenhangend en eenduidig geheel, een portret. In de lijnen en vormen van je tekeningen kan de toeschouwer die wat langer kijkt echter ook veel andere dingen zien. Je kunt de ogen, monden, neuzen en haarpartijen van je tekeningen nemen voor wat ze zijn, maar ze ook aanzien voor iets wat een sterke gelijkenis vertoont met een object, een dier, een plantaardige vorm, de horizon van een landschap of een holle, architectonische ruimte. Die omstandigheid schept beweging, als dat het juiste woord is. Iemand die je tekeningen langer bekijkt zal bewust of onbewust een aantal beslissingen moeten nemen over hun interpretatie. Wat is wat en klopt dat met de rest? Een mond kun je in jouw tekeningen aanzien voor een paddenstoel, maar niet als beide tegelijkertijd en je kunt een gezicht ook niet zien als twee ogen, een neus en een paddenstoel. Je tekeningen zijn met andere woorden minder eenduidig dan ze lijken en ze roepen ook een zekere onrust op. Is dat je bedoeling?
—— In je vraag heb je het over twee dingen. Allereerst noem je visuele effecten. Je kunt in mijn tekeningen inderdaad de dingen aanzien voor iets anders. Dat soort effecten streef ik niet bewust na. Het gebeurt al tekenend. Over de tweeledigheid die je noemt, het samengaan van onrust en overzichtelijkheid, kan ik alleen maar zeggen dat voor mij het streven naar overzichtelijkheid onontbeerlijk is. Kijken en denken zijn complexe aangelegenheden. Je moet je richten op de kern en de heldere weergave daarvan. Dat is al ingewikkeld genoeg. Doe je dat niet dan loopt het werk vast. Het komt tot stilstand door een te groot aantal mogelijkheden waar je geen gehoor meer aan kunt geven.

8 november 2012
De Wereld Werkt in Arnhem

DE KEUKEN VAN ROSEMIN HENDRIKS (Inge Pollet)

Boven aan de trap staan de twee katten. De een springt graag op je schouder, de ander vindt het goed genoeg om op tafel rustig mee te luisteren, de ogen wellustig gesloten. Bij het weggaan kleven hun haren overal, een herinnering aan een warme ontvangst.

Rosemin houdt niet van interviews. Daar ligt ze wakker van. Ze zou iets kunnen zeggen dat de tekeningen in een ander licht plaatst dan ze bedoelt. Een beschrijving mag natuurlijk wel. Zolang de woorden maar niet uit háár mond hoeven te komen.

De keuken waar ze eerst ontvangt alvorens naar het atelier af te dalen, ruikt naar goede koffie en zin in koken. Op een schouw staan en liggen allerlei voorwerpen, ansichtkaarten, schelpen, kleine vaasjes. In de glazen deuren van de buffetkast zijn allerhande foto’s gestoken van de kinderen, dieren, uit tijdschriften. De muren hangen vol kunst: haar eigen dierenserie, een grote zeefdruk met bloesemtak, een vliegtuigvleugel. Op een andere kast hangt een foto van haar geliefde hond die overleed, drinkend uit een plas waarin zij zo weerspiegeld is dat je het verschil niet meer ziet tussen hond en plas. Op het raam een vel poëzieplaatjes van zeedieren. De kopjes die ze gebruikt zijn van een ouderwetse gezelligheid en ze geeft er een stuk biologische chocola bij. Boven het koffieapparaat hangt een veelgeprezen designlamp. Op achteloze plekken staan beeldschone stukken antiek servies. Het geheel is een verzameling die met veel aandacht en liefde tot stand is gekomen. Dit is de dagelijkse omgeving van de kunstenaar die in haar werk voortdurend op reis is en zich laat verrassen door vormen, sferen en gedachten.

meer

Boven aan de trap staan de twee katten. De een springt graag op je schouder, de ander vindt het goed genoeg om op tafel rustig mee te luisteren, de ogen wellustig gesloten. Bij het weggaan kleven hun haren overal, een herinnering aan een warme ontvangst.

Rosemin houdt niet van interviews. Daar ligt ze wakker van. Ze zou iets kunnen zeggen dat de tekeningen in een ander licht plaatst dan ze bedoelt. Een beschrijving mag natuurlijk wel. Zolang de woorden maar niet uit háár mond hoeven te komen.

De keuken waar ze eerst ontvangt alvorens naar het atelier af te dalen, ruikt naar goede koffie en zin in koken. Op een schouw staan en liggen allerlei voorwerpen, ansichtkaarten, schelpen, kleine vaasjes. In de glazen deuren van de buffetkast zijn allerhande foto’s gestoken van de kinderen, dieren, uit tijdschriften. De muren hangen vol kunst: haar eigen dierenserie, een grote zeefdruk met bloesemtak, een vliegtuigvleugel. Op een andere kast hangt een foto van haar geliefde hond die overleed, drinkend uit een plas waarin zij zo weerspiegeld is dat je het verschil niet meer ziet tussen hond en plas. Op het raam een vel poëzieplaatjes van zeedieren. De kopjes die ze gebruikt zijn van een ouderwetse gezelligheid en ze geeft er een stuk biologische chocola bij. Boven het koffieapparaat hangt een veelgeprezen designlamp. Op achteloze plekken staan beeldschone stukken antiek servies. Het geheel is een verzameling die met veel aandacht en liefde tot stand is gekomen. Dit is de dagelijkse omgeving van de kunstenaar die in haar werk voortdurend op reis is en zich laat verrassen door vormen, sferen en gedachten.


De vrouwen die Rosemin Hendriks tekent ontstaan vanuit foto’s die ze van zichzelf maakt. Ze zoekt er een ander type in, iemand die zich losgezongen heeft van haar eigen zelf. Iemand waar ze zich over verwonderd of op verheugd te ontmoeten. Een filmster bijvoorbeeld. Een riddervrouw. Ze bedenkt niet van tevoren dat haar tekening een secretaresse moet zijn, of een huisvrouw. Dat sluipt er later in. Van de verbinding die de kunstenaar in eerste instantie ervoer toen ze een foto uitkoos om te verwerken, blijft later soms weinig meer over. Het beeld wordt zelfstandig. Het wordt iemand anders. Iemand die Rosemin misschien niet had verwacht, iemand van wie ze nooit had gedacht dat ze zo ooit zou worden. Dat kan wel eens lastig zijn als een tekening klaar is. Want ze hield toch niet van dit soort vrouwen? En houtskool zo uitvegen tot het bijna helemaal zacht is, dat deden we toch ook niet?

Het is een voortdurend laveren tussen wat wel en niet mag. Grenzen oprekken om te zien wat wel en niet kan. Soms hard teruggefloten worden, maar dat hoort erbij. Ze vergelijkt het met koken. Rozijnen in het eten doen. Ergens best wel weten dat het misschien niet lekker is, en dat het als het wel lekker is doet denken aan helemaal geen fijne dingen, en toch doen. Zien wat er gebeurt. Proeven of het toch kan, en verrek, vaak kan het wel. Maakt die exotische toevoeging dat iets een eigen karakter krijgt op een heel onverwachte manier.

Zo gaat het ook met de tekeningen. Een tekening is een heel gestructureerd iets, ze heeft een vaste volgorde van een gezicht tekenen. Dat geeft rust. En tegelijkertijd geeft die rust ook de ruimte om zich te verliezen in de afzonderlijke onderdelen, want daarna staat toch weer vast wat ze gaat doen. Zo gebeurt het dat Rosemin in een oog een hele wereld ontdekt. Dat ze aan het bergbeklimmen is langs neusvleugels en even niet meer weet van wie die neus is, zo geboeid is ze door wat ze onderweg tegenkomt. Ze laat de associatieve stroom toe die zich onvermijdelijk opdringt. Vaak zijn het dingen die ze heeft gezien maar soms gaat het ook andersom. Dat ze na het maken van een tekening opeens geïnteresseerd raakte in bijvoorbeeld hoe precies een krab over het strand wandelt. Maar nooit heeft een associatie bewust iets van doen met de inhoud. Het gaat haar puur om de vormen die ze ontdekt.

Momenteel zijn het onder meer bloemen. Zo zijn in een nieuwe tekening de ogen dahlia’s geworden. Compleet met deels uitgeveegde wollige blaadjes, voor haarzelf heel schokkend om te zien. Nooit eerder maakte ze van die haast decoratieve uitstapjes binnen haar tekening.

De riddervrouw heeft een erg jong gezicht. Haar kleding heeft wel iets onmiskenbaar harnasachtigs, met puntjes en vakjes. Ook is er de vrouw met de Zeeuwse knopjes als ogen. De krabbenmond. De lelie met wortels en al die terugkomt in een gezicht. De laatste jaren gebruikt ze ook kleur in het werk. Vaalgroen, rood, huid. Wie zegt eigenlijk dat er geen versieringen in de tekeningen mogen?

De kunstenaar balanceert voortdurend tussen haar eigen strenge opvattingen over hoe een tekening eruit moet zien en een onbedwingbare nieuwsgierigheid naar wat er óók nog allemaal kan met een gezicht en houtskool. En wat er dan mag blijven staan. Geen makkelijke opgave. De laatste jaren mag er wel meer, zoveel is zeker.

De koffie is wat milder geworden met het nieuwe apparaat. De poezen zeggen onhoorbaar gedag. Eentje wil mee naar buiten, frisse neus halen, de wereld verkennen. Met zachte woorden en ferme handen wordt hij weer teruggeduwd.

2 september 2011

TOWING THE LINE

I use ‘self-made’ photographs of my head as a model for my drawings. My drawings are not about who I am or how I feel, but about what I want to see in myself. The type that I want to represent. I have to be able to recognise that in the photographs I make and in the purpose of the drawings that I make from the photographs. This means that I am constantly creating new characters, new versions of myself in abstract portraits. I am a housewife, student, mother, lesbian, sportswoman, secretary, girl, diva, etc. The further the drawing becomes removed from the starting point - the photograph that I use as model - the more interesting it becomes for me. Can I also look like this?

meer

I use ‘self-made’ photographs of my head as a model for my drawings. My drawings are not about who I am or how I feel, but about what I want to see in myself. The type that I want to represent. I have to be able to recognise that in the photographs I make and in the purpose of the drawings that I make from the photographs. This means that I am constantly creating new characters, new versions of myself in abstract portraits. I am a housewife, student, mother, lesbian, sportswoman, secretary, girl, diva, etc. The further the drawing becomes removed from the starting point - the photograph that I use as model - the more interesting it becomes for me. Can I also look like this?

I combine this fictitious self-examination with considerable attention to the act of drawing and my formal mastery of this. I work with charcoal and crayon on paper. I try to get the right line in the right place in the drawing. For this I use cotton buds and tissues, traces of which are often to be seen in the drawing. My ultimate aim is an accomplished drawing: thus and not otherwise. I create the faces in my drawings from separate elements. Ears, nose, mouth, eyelashes, eyebrows. Each part must also possess an intensified, independent presence. The large format of the drawings gives me this possibility. During the process of drawing I have all sorts of associations which have to do with my daily life, the things around me. Parts, details of cameras for example, bills of birds, utensils, kitchen appliances, chicken bones, legumes, car bonnets, rubber dinghies, shrimps and chestnut shells end up in the drawing. Not literally, barely recognisable and certainly not symbolically.

2009 White Box Gallery, NYC (US)